Direct naar content gaan

Gerelateerde content

  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Samenvatting

Paul de Haan over de filantropie van de familie Van der Vorm en Rotterdam.

Opinie

En Izaäk zaaide in dat land en oogstte in dat jaar honderdvoudig, want de Here zegende hem. En die man werd rijk, ja, gaandeweg rijker, totdat hij zeer rijk geworden was.Rotterdam en de hardnekkig zwijgende Samaritaan.

Wat zou het leven voor de middengroepen toch saai zijn zonder rijke mensen. Of ook arme mensen. Arme en rijke mensen dragen bij aan het opwindende gevoel voor de gemiddelde burger om zonder risico te leven in een spectaculaire wereld. Voor de Heere zijn arm en rijk gelijk, zoals in het boek Spreuken valt te lezen. Een van die rijke mensen is Martijn van der Vorm, oud-CEO van het uiterst succesvolle private-equityhuis HAL Investments. Wat meesterbelegger Warren Buffet voor Berkshire Hathaway betekent, betekent Martijn van der Vorm (als opvolger van de 19e-eeuwse ‘sir William’ en 20e-eeuwse ‘meneer Nico’ van der Vorm) voor HAL. HAL is het acroniem voor de fameuze Holland-Amerika Lijn, eens de brug van hoop ‘over den oceaan’ voor straatarme Europeanen die in Amerika het nieuwe Jeruzalem dachten te vinden. Het geloof in het beloofde land hield hen op de been; ontroerend vertolkt door volkszanger/miljonair Bruce Springsteen: ‘Mister I ain’t a boy no I’m a man And I believe in the promised land (The promised land)’ want ‘There‘s treasure for the taking , for any hard working man Who will make his home in the American land (American land).’

Fiscale trucs

In een redactioneel commentaar schrijft de NRC (20 juli 2023) onder de kop ‘Goede doelen moeten kritischer kijken naar fiscale trucs weldoeners’:

‘De Van der Vorms lieten al bijna € 800 miljoen overmaken aan goede doelen. Dat is ongekend.’

Maar, zegt de krant, problematisch is dat dat geld naar Rotterdam komt ‘via ingewikkelde constructies vanuit belastingparadijzen’ en zo vervolgt de NRC:

‘De familie Van der Vorm ontwijkt via brievenbusfirma’s en inschrijvingen op plekken als Bermuda en de Maagdeneilanden op grote schaal belastingen in Nederland, zo bleek deze week uit onderzoek van NRC.’

De redactie legt het verschil uit tussen belastingontduiking (strafbaar) en -ontwijking (niet strafbaar) en legt een verband met het BEPS-project van de G20/OESO, waarvan de NRC meent dat het belastingharmonisatie beoogt (huh?). Het benadrukt dat wat de familie Van der Vorm doet, binnen de lijnen van het recht valt. Maar is het wenselijk, vraagt hoogleraar accountancy Marcel Pheijffer zich af in de NRC. De Volkskrant raadpleegt professor Jan van de Streek over de structuur en die meent: ‘ dat dit “standaard fiscale planning” (is) maar toch “een vrij agressieve manier van belastingontwijking”’. (Een beetje zwanger?)

NRC (Joep Dohmen) en Volkskrant (Michael Persson en Robèrt Misset) vragen zich af of Rotterdam niet te afhankelijk is geworden van de charitas van de familie. Dat vind ik misschien wel de meest wezenlijke vraag in dit verband. Hierover later meer. NRC haalt burgemeester Aboutaleb aan die vol lof is over de initiatieven van Van der Vorm en aanvankelijk in het Volkskrant-artikel beweerde dat waar het filantropisch geld vandaan komt voor hem volstrekt irrelevant is. Een onhandige uitspraak. Hij nuanceert dit in het latere NRC-artikel tot: ik weet niet van fiscale constructies. Trouw (Marco Visser - 4 augustus 2023) laat onder anderen professor Hans Gribnau aan het woord en die meent – terecht – dat Aboutalebs reactie wel erg mager is. Rien van Gendt (filantropie-deskundige), Wim Pijbes (directeur Droom en Daad) en professor Gerard Meussen menen in datzelfde artikel – en ik parafraseer hun mening – dat iedereen een potentiële ontwijker is en in Luxemburg goedkoop benzine tankt als het kan. ‘Iedereen doet het’, vind ik voor een ethische beoordeling volstrekt ontoereikend. Het maakt ook verschil of het bij elkaar genomen om potentieel € 800 miljoen gaat (bij een jaarlijkse Rotterdamse begroting van circa € 4 miljard) of om vier keer per jaar voor vijf tientjes een benzinetank volgooien in Luxemburg. De omvang van de vermeende belastingontwijking is wel degelijk van groot belang voor het morele oordeel.

Monaco, Monaco

Of er sprake is van fiscale trucs hangt af van de kwestie of iemand naar Monaco mag verhuizen. De al genoemde Gribnau (Ars Aequi, mei 2017) verbaast zich over de angst van rijke mensen voor belastingen en maakt en passant melding van Max Verstappens Monegaskische transformatie (in 2016). Als Monaco een te respecteren woonplaats is, zoals dat kennelijk wordt ervaren door buitengewoon populaire Formule I-racers, dan is het gebruik van exotische belastingparadijzen (fiscaal) minder problematisch. Het maakt voor import-Monegasken namelijk helemaal niets uit. Wie geen belasting hoeft te betalen, kan haar ook niet ontgaan.

Emigratie (bijvoorbeeld vanuit Nederland) is op zich in lijn met het moderne evangelie van het vrije verkeer van personen. Zelfs emigratie om fiscale redenen is geen probleem. Alleen als de emigratie schijn is, de facto geen emigratie, ligt dit anders. Tegelijkertijd vind ik het begrijpelijk dat mensen moeite hebben met het gebruik van tax havens en het wonen in een fiscale vrijplaats als Monaco.

Monaco is een soevereine stadsstaat maar echt serieus kan men het niet nemen en 99,99% van de wereldbevolking kan er alleen wonen als men de jackpot in een loterij heeft gewonnen. Maar kunnen we mensen verplichten in een land met een hogere belastingdruk te wonen, zeker als een mondiale vermogensbelasting ontbreekt? Nee, de keuze van woonplaats behoort tot het privacy-grondrecht van ieder individu.

De NRC weet nog een stichting op te duiken aan de hand van het ingevulde anbi-aanvraagformulier nota bene: het Luxemburgse Mare Foundation. Volgens de krant de link tussen het vermogen van de familie Van der Vorm en hun liefdadigheid. Heel opvallend dat dit is gevonden. Ik heb op het internet gezocht op naam en registratienummer (RSIN) van Mare maar kom niet verder dan een website met een sympathiek ogend jeugdproject op de Filippijnen en een waarschuwing dat ik een onbeveiligde website op dreig te gaan. Heel merkwaardig want anbi-entiteiten zijn verplicht onder andere beleidsplannen publiek te maken op hun website. Waarom is die informatie niet toegankelijk gemaakt? Dat is toch een voorwaarde voor het behouden van de anbi-status.

En de Maagdeneilanden en Bermuda? Het zal bij de Van der Vorms meer met vermogensbescherming en zeggenschapsverhoudingen te maken hebben dan met fiscale voordelen, gelet op de woonplaats Monaco, maar belastingparadijzen zijn zeker sinds 2008 ‘not done’. Het gebruik ervan behoeft mijns inziens in ieder geval toelichting.

Ik zie niet dat Martijn van der Vorm onthouden moet worden wat tennissers en autocoureurs kennelijk wel is toegestaan: wonen in Monaco. Op basis van die woonplaats zijn tropische fiscale paradijzen als Bermuda en de Maagdeneilanden geen bijzondere fiscale trucs. Het gebruik ervan is voor import-Monegasken geen probleem. Hetzelfde geldt voor de Luxemburgse stichting, wat zich zelfs nog binnen het EU-verband bevindt waar uitwisseling van inlichtingen niet echt problematisch is. Wel behoeft een en ander mijns inziens toelichting, omdat het gebruik van dit soort exotische eilanden niet meer vanzelfsprekend is en mag zijn. En voor de Mare Foundation is het min of meer een vereiste nu de stichting, begrijp ik, de Nederlandse anbi-status geniet.

Uithollingsverschijnselen?

De NRC meent vervolgens dat de familie Van der Vorm de Nederlandse winst uitholt. Welke winst? In een cijfermatig onderbouwd overzichtsartikel van het FD (de krant is zelf deels in handen van HAL) over private equity (waaronder HAL) vinden we dat private equity in Nederland circa € 200 miljard omzet haalt waarvan € 75 miljard Nederlandse omzet. Op die basis zou minder dan de helft van HAL binnenlandse winst zijn.

In het NRC-artikel staat dat de HAL-groep sinds jaar en dag circa € 100 tot 250 miljoen aan winst uitkeert zonder dat daarover in Nederland 25,8 % winstbelasting wordt betaald. Dat is onzin. De deelnemingen van HAL, zoals bijvoorbeeld Coolblue, Boskalis en Van Oort zijn – naar ik aanneem – normaal onderworpen aan de vennootschapsbelasting van 25,8%. Op grond van de deelnemingsvrijstelling zijn de winstuitkeringen van die deelnemingen vervolgens onbelast bij de houdstermaatschappij HAL Investment. Er wordt op dat niveau dus helemaal niets ontweken. Het blijft klaarblijkelijk voor journalisten erg lastig om de deelnemingsvrijstelling te begrijpen. Moeten we dat nu iedere keer weer opnieuw uitleggen? Dus: geen fiscaal trapezewerk, heffingen naar de regelen der belastingkunst.

De Volkskrant maakt deze fout niet (hulde!), maar gaat veel te ver door te zeggen dat bij een dividend van € 300 miljoen er een aanmerkelijkbelangheffing wordt ontweken van ongeveer € 75 miljoen (gemakshalve op 25% gezet, in de nabije toekomst wellicht 31%). Ten eerste, belastingheffing uitsluitend op basis van ongefundeerde veronderstellingen van de Belastingdienst lijkt me niet gewenst (vergelijk de omstreden fraudelijsten gebruikt binnen de Belastingdienst ). Ten tweede, bij een woonplaats in Nederland van box 2-aandeelhouders/natuurlijke personen zal een structuur zijn opgezet waarbij die uitkeringen of geen acute fiscale ‘pijn’ veroorzaken of bijvoorbeeld kunnen worden weggepoetst met aftrekbare giften die nu eenmaal samenhangen met de filantropische traditie waarin de familie staat. Terzijde zij opgemerkt dat inmiddels in de inkomstenbelasting een dam is opgeworpen tegen ‘excessieve’ aftrekbare giften. Er zijn kortom, niet veel directeuren-grootaandeelhouders in Nederland die ieder jaar 25% of meer aftikken over hun aanmerkelijkaandelenbelang. Dat is nu juist al jarenlang een van de kernproblemen van box 2. Onderzoek wijst uit dat ongeveer 30% van alle winst binnen box 2 wordt uitgekeerd. In dat geval zou men het over een vermeende ontwijking van maximaal 30% van € 75 miljoen: zeg € 22,5 miljoen hebben. Dus: een effectief tarief van 7,5% en dan laten we een eventuele giftenaftrek nog buiten beschouwing! Zoals hierna blijkt, is dat nog minder dan de 8,3% Nederlandse dividendbelasting die HAL nu betaalt over de door de Volkskrant aangehouden schatting van € 300 miljoen.

Op dividenden vanuit Nederland naar de Antillen (HAL Trust/HAL Holding N.V.) rust – als gezegd – ten minste 8,3 % (Nederlandse bron)belasting. Over uitdelingen aan HAL Trust/HAL Holding N.V. is door deze entiteiten geen Nederlandse vennootschapsbelasting van 25,8% verschuldigd. (Dat zou pas kunnen indien a. de belastingregeling met Curaçao wordt opgezegd – de laatste handeling van Nederland als voormalig koloniale grootmacht, met instemming van de Volkskrant? – en b. ook nog door de Nederlandse belastinginspecteur wordt aangetoond dat HAL Trust/HAL Holding N.V. een volstrekt kunstmatig karakter heeft teneinde haar uiteindelijk gerechtigden uit de Nederlandse fiscale wind te houden. ) Volgens de Hoge Raad is 8,3% dividendbelasting een adequaat tarief (mede bedoeld om de Antillen af te helpen van het imago van belastingparadijs). Dus een vennootschap op de Antillen (HAL Trust) is niet per se fiscaal trucagewerk.

Wat verder voor de structuur van de familie Van der Vorm pleit, is het kennelijke feit dat de filantropie en de zakelijke investeringen strikt gescheiden zijn. Hier geen fiscaal incestueuze verbanden met onderlinge royaltybetalingen tussen onbelaste stichtingen en belaste werkmaatschappijen als bij IKEA in het verleden (onder de knoet van de inmiddels overleden oud-oprichter Kamprad die, als een autonoom avant la lettre, belastingen als struikroverij zag). Kortom, tussen de filantropie van de familie en de zakelijke divisies zie ik geen uithollingsverschijnselen of fiscale trucs. De fiscus is dat kennelijk ook van mening. Uit het jaarrapport over 2022 kan men opmaken dat HAL Investment het zogenoemde fiscaal Horizontaal toezicht deelachtig wordt; een vertrouwensafspraak van de fiscus met een belastingplichtige. Dat betekent dat de fiscus volledig inzicht kan krijgen in alle beslommeringen van de HAL en dat men zich bijvoorbeeld op voorhand niet inlaat met (vrij) agressieve tax planning. De bereidheid tot transparantie bij beide partijen is conditio sine qua non.

Het goede goed doen

Met het optimaal structureren van filantropische activiteiten is op zich niets mis. Niemand is verplicht om zijn zaken zo in te richten dat een maximum aan belasting wordt betaald. Het gebruik van algemeenbelangstichtingen (anbi’s) is een voorspelbaar gevolg van de wettelijke faciliteiten (vrijdom van schenkingsrecht enz.) om liefdadigheid te faciliteren, vergelijkbaar met aftrek van hypotheekrente om het eigenwoningbezit te stimuleren. Het gebruikmaken van ‘belastingparadijzen’ is niet voor de hand liggend. De anbi-status betreft een fiscale subsidie en gebruik van ‘secret corners and alleys’ dient derhalve verantwoord te worden. Die verantwoording vindt in ieder geval plaats door beschikking van de fiscus en de aangifte, en controle door het Anbi-team, een inspectie-onderdeel gespecialiseerd in anbi’s. (Een vervolgvraag is of die controle nu echt op orde is.)

Binnen het kader van de private-publieke betrekking zou de gemeente Rotterdam de structuur en wijzigingen daarin, periodiek moeten toetsen. De gemeente Rotterdam moet een antwoord op de vraag van zijn burgers hebben waar en hoe dit geld ter beschikking komt van de gemeente. De overheid mag niet de schijn wekken dat sommige (rijke) mensen hun parkeerboete niet hoeven te betalen, oftewel weg kunnen komen met een totale geheimzinnigheid. Dit staat overigens los van de indrukwekkende financiële en operationele bijdrage die de familie Van der Vorm via ‘zijn’ stichtingen levert aan het Rotterdamse welbevinden.

Het is niet zo dat de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) van stal moet worden gehaald, maar de gemeente mag wel binnen het kader van haar samenwerking met de stichtingen van de familie, vragen stellen over de herkomst van middelen en de structurering van de goedgeefsheid. De gemeente moet namelijk democratische verantwoording afleggen aan de gemeenteraad. Ruud van der Velden (Rotterdams politicus van het jaar 2020) heeft namens de Partij voor de Dieren inmiddels een waslijst aan vragen gesteld over de Rotterdamse liefdadigheid van de familie. De vragen gaan – helaas – vooral over de verdenking van belastingontwijking gebaseerd op de misvatting dat de HAL-groep geen belasting betaalt (zie hiervoor) en over een aantal licht provocerende stellingen van de heer Wim Pijbes (Droom en Daad) over de kwaliteit van het democratische proces qua in- en output.

De onderzoeken van zowel de NRC als de Volkskrant zijn wat mij betreft keurige vormen van onderzoeksjournalistiek, met uitzondering van de uitglijder op fiscaal terrein van de NRC (de eenvoudige werking van de deelnemingsvrijstelling). Wederhoor heeft men toegepast, maar de Van der Vorms en HAL weigeren categorisch ieder commentaar, zoals gebruikelijk. Ik begrijp overigens wel dat er (mondjesmaat?) informatie wordt gedeeld met de gemeenteraad vanuit met name de stuurgroep filantropie met daarin mensen van de ‘Van der Vorm’-stichtingen en de gemeente en dat er korte lijnen bestaan tussen de burgemeester en de familie Van der Vorm.

HAL Trust is genoteerd aan de Amsterdamse beurs en uit dien hoofde verplicht tot een openbaarmaking van bedrijfsrelevante informatie, maar dat heeft geen directe betrekking op de filantropie. Het is duidelijk dat de familie publiciteit als een noodzakelijk kwaad ziet. Het is, geloof ik, bij veel rijke families het motto: zien, niet gezien worden.

Maar de samenleving moet willen weten waar het geld vandaan komt. Zelfs warme supporters van zogenoemd filantrokapitalisme als Green en Bishop menen: ‘Tough questions should be asked about whether the wealth was created legitimately (a test Madoff clearly failed), whether a reasonable amount of taxes have been paid on it, and whether the giving is done in a thoughtful way designed to make a genuine difference.’

Pieter Omtzigt heeft bijvoorbeeld in het recente verleden de vraag opgeworpen of men met de stichting Ammodo moet willen werken nu het vermogen van deze stichting zijns inziens (en veler inziens!) ten goede had moeten komen aan het pensioen van Rotterdamse en Amsterdamse havenarbeiders. En hebben culturele instellingen geen leergeld betaald met de filantropie van bijvoorbeeld de familie Sackler (het OxyContin farmadrama)? En zelfs de Effective altruism-beweging heeft moeten scheiden van een van haar belangrijkste donoren, Sam Bankman-Fried, toen bleek dat zijn cryptofonds een lege doos bleek met $30 miljard verlies erin. Dat zijn extreme voorbeelden en wat mij betreft niet reëel in de context van de familie Van der Vorm, maar burgers moeten wel weten hoe de samenwerking met de gemeente in elkaar zit.

Springtime in Amsterdam (het Sloterdijk-congres)

Het uitgangspunt moet natuurlijk zijn dat niemand een vermogen of een inkomen van € 1 miljard of meer ‘verdient’. Meesterbelegger Warren Buffet zei het in zijn geefbelofte als volgt:

‘My wealth has come from a combination of living in America, some lucky genes, and compound interest. Both my children and I won what I call the ovarian lottery.’

Dus belooft hij 99% van zijn vermogen aan goede doelen te doneren. En, zegt hij ergens, ik eet er geen boterham minder om. Kan goedgeefsheid of charitas onrechtvaardige ongelijkheid min of meer neutraliseren?

In 2019 hebben KPMG Meijburg-kanon Fred van Horzen, professor Sjoerd Douma en ik het congres Springtime in Amsterdam op de UvA georganiseerd rondom superster/denker Peter van Sloterdijk en zijn pleidooi voor giften in plaats van belastingen. In het kort vond Sloterdijk dat de overheid moest ophouden zijn onderdanen als geldautomaten te zien die naar willekeur leeg te trekken waren met belastingmaatregelingen. Het invoeren van vrijwillige bijdragen was zijns inziens te overwegen. Hij zag het als een thymotisch gedachtenexperiment. Eer en trots deel uit te maken van een samenleving en daaraan financieel bij te dragen is voor Sloterdijk een uitweg uit de impasse van de moderniteit en de staat als kleptocratie. Hij nuanceerde dit idee later in die zin dat hij als sociaaldemocraat erkende dat een zeker minimumniveau aan belastingheffing nodig is, maar vond dat er ruimte moest komen voor vrijwilligheid. Mensen als Martijn van der Vorm en Warren Buffet lijken dit idee in praktijk te brengen. De algemene conclusie van het Sloterdijk-congres was dat schenkingen hooguit aanvullend hun algemeen nut kunnen hebben. Maar het is goed te beseffen dat dit Sloterdijkiaanse gedachtengoed in de Verenigde Staten – ik ben bang om de verkeerde redenen – ruim omarmd wordt. Zelfs agressieve tax planning wordt aldaar door sommigen als een patriottische plicht gezien. Hans Gribnau omschrijft Sloterdijk op dit punt tot in de (morele) kern: ‘Voor Sloterdijk komen (…) in belastingen de legitimiteit van de staat en het vertrouwen van burgers in elkaar en in de staat tot uitdrukking.’

Sfeerovergangen

Tegelijkertijd is het zeer verstandig de verschillende sferen waarbinnen men werkt heel goed te onderscheiden en te begrenzen. Het onderscheid tussen overheid, markt en filantropie als drie verschillende sferen/werelden met elk een eigen ‘logica’, is cruciaal. De overheid met aspecten van rechtsstatelijkheid, doelmatigheid en algemeen belang; de markt met doelmatigheid, regulering en winstoptimalisatie en de charitas die ten diepste op compassie en idealen is gebaseerd, maar zeker niet zonder doelmatige aspecten kan. Ongelukken gebeuren als de verschillende sferen in elkaar lijken over te gaan of elkaar niet zien of niet respecteren. Hoe het radicale marktdenken de afgelopen decennia het openbaar bestuur heeft overheerst, kan nauwelijks tot vreugde stemmen.

De wirwar van regelingen (anbi, Bibob, stichtingsrecht, aansprakelijkheidswetgeving enz.) helpt niet. De dubieuze reputatie van de overheid na de toeslagaffaire, Groningen Gasgebouw enz. helpt niet. Maar het is betrekkelijk zinloos voor de verschillende deelwerelden om elkaar voortdurend onder een moreel vergrootglas te leggen of anderszins de maat te nemen. Zoals Pijbes die pesterig het lage opkomstpercentage bij de gemeenteverkiezingen benadrukt of Van der Velden (Partij voor de Dieren) wiens leven bijna in het teken van de ‘Van der Vorm’-kruistocht lijkt te staan.

Met alle commissies, verkenningen en Kamervragen zie ik die vraag naar een werkbaar raamwerk publiek-privaat niet ten principale aan de orde komen. Aanleiding voor onderzoeken naar stichtingen is veelal de politieke waan van de dag en betrekkelijk onnozel. Bijvoorbeeld: kan Noord-Korea een anbi-stichting in Nederland oprichten en hoe weten we zeker dat een stichting geen ideologische radicalisering stimuleert of haat zaaien als primair doel heeft? De centrale overheid ziet de filantropie in termen van repressie en preventief toezicht; de lokale overheid ziet of een ridder op het witte paard of enge mannen met baarden.

Het wordt tijd voor een solide en coherent beleid op dit punt. Kan er geen model-raamwerk komen voor vormen van privaat-publieke samenwerking? Hoe gaat de VandenEnde Foundation daarmee om? Hoe gaat de overheid met stichting Ammodo om? Dat lijkt me zinvoller dan te voorkomen dat een Noord-Koreaanse stichting het anbi-tarief kan gaan toepassen.

Qua effectiviteit is samenwerking tussen privaat en publiek en dus het combineren van het beste van de onderscheidene werelden (via filantropie of anderszins) bijna ideaal.

Ik denk dat niemand twijfelt aan de vaardigheid van iemand als Martijn van der Vorm of de mensen die bij ‘zijn’ stichtingen (onder andere Verre Bergen en Droom en Daad) werkzaam zijn. Maar zonder een passende en niet vrijblijvende samenwerkingsstructuur gaat het niet. En of de gemeente te afhankelijk wordt van de charitas van een beperkt aantal personen, is een politieke vraag, waarvan ik de beantwoording graag laat aan burgemeester Aboutaleb en de lokale democratie. Ik geloof dat een goed samenwerkingsconvenant met periodieke toetsing (openbaar of niet) het element van afhankelijkheid een stuk minder relevant maakt.

Zelf kan ik een gevoel van trots niet onderdrukken als ik langs het prachtige beeld ‘Moments Contained’ op het Rotterdamse Stationsplein wandel. Mede mogelijk gemaakt door Droom en Daad.

Wat mijn laats gebeur…Leggik erges langs de wegerges me roes uit te slapeworrik wakker gemaakdoor ’n halleve zool op een paarddie vraag ovvikket koud hep?Ik zeg: vent krijg de doodstraf met je koudmafkees rot naar je familiegrafdoet mijn een lolmaar die gozer verstame verkeerdwant die scheur in ene ze jas doormiddeen wil de helleft an míjn geve…!Met veel dank aan Hans Gribnau, Diederik van Dommelen, Fred van Horzen en Wilma Scheffers voor hun zeer houtsnijdende commentaar op eerdere versies.

Metadata

Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
mr. P.M. de Haan
De Haan advies
NLF-nummer
NLF Opinie 2023/16
Judoreg
NFB5938
Publicatiedatum
20 augustus 2023

Naar de bovenkant van de pagina